Vernissage Fotogroep Meetjesland ‘14 FOTO 18’ in Kaprijke

PrintE-mail
20/06/2014

Het gesproken woord telt

Geachte burgemeester en schepen van Cultuur, collega-schepenen,
Dames en heren, beste fotografen en fotografieliefhebbers, familie en vrienden,
 

2014 is een bijzonder jaar. Niet alleen voor politici. Niet alleen voor voetbalfans. Maar vooral en in het bijzonder voor alle Europeanen en voor alle volkeren die meer dan 100 jaar geleden troepen stuurden naar Ieper, Langemark, Passendaele, Verdun, Trentino of de Marne. Zij kwamen uit alle windstreken, uit de Verenigde Staten, maar ook uit Indië, China, Congo en Nieuw-Zeeland. Vaders, zonen, broers, vrienden …

Overal in Vlaanderen zijn we begonnen met de herdenking van de Groote Oorlog: met lezingen (in Lembeke kwam historica Sophie Huysman spreken), rondleidingen – de bunker uit WO I die op het terrein van het Bardelaeremuseum ligt en deel uitmaakte van de verdedigingslijn van het 4de Duitse leger, was voor veel kinderen heel interessant en confronterend tegelijk – , boeken – er was al van 15 tot 30 maart 2014  de Jeugdboekenweek in de bibliotheek van Lembeke & Kaprijke die aan de oorlog gewijd was.

En exposities, zoals deze vandaag. Waarom doen we dat? De Groote in de Groote Oorlog is geen positief adjectief; het ‘grote’ verwijst naar onnoemelijke miserie, geweld en lijden. De slachtpartijen buiten en in de loopgraven, het verderfelijk gebruik van mosterdgas, de vele burgerslachtoffers, de hongersnood die zovele gewone Belgen teisterde, de radicale verwoesting – denk aan wat met Dendermonde, Leuven en Ieper gebeurde, en de massagraven.

Allemaal redenen genoeg om de Groote Oorlog te herdenken maar vooral te blijven herdenken. Ook dit project hier in Kaprijke draagt daar aan bij. Alle fotografen van de Fotogroep Meetjesland en Fotoclub New Fotart hebben de handen in elkaar geslagen en hun uiterste best gedaan om een glimp van die catastrofe, maar ook de ontluikende hoop op vrede en verdraagzaamheid te capteren.

Foto’s kunnen nooit de realiteit helemaal afbeelden. De tijd van fotografie als louter afspiegeling van de realiteit is ver voorbij. Het capteren van een moment, dat weten we allemaal, is bijna nooit objectief. Je positie, je belichting, je onderwerp, wat achter hem of haar gebeurt, wie je bent als fotograaf, het heeft allemaal invloed op je werk. Maar het gebeurt ook dat je in foto’s bij een tweede of derde blik verschillende lagen realiteit ziet. En zelfs een heel verhaal, met begin, proces en einde. En zo kunnen ze ook een verhaal uit de Eerste Wereldoorlog vertellen. De oorlog mag dan wel voorbij zijn, hij heeft nog veel sporen in ons landschap, in ons geheugen en soms diep in onze grond achtergelaten. Een beeld zegt soms meer dan duizend woorden. En een schitterend beeld overspoelt je met een ongelofelijke impact.
 

Dames en heren,

Ik ben blij met de ruime opkomst hier vandaag (velen hebben de verlokking van het voetbal getrotseerd – we duimen allemaal voor de Rode Duivels – en jullie nog extra voor Vital Borkelmans, assistent coach en fiere inwoner van Kaprijke); het bevestigt wat we al wisten. Veel mensen in Vlaanderen zijnverzot op fotografie. We hebben daar redelijk goede cijfers over: 12% van de amateurkunstenaars doen in hun vrije tijd aan beeldexpressie en er floreren tientallen fotografieclubs en -verenigingen. Met de overheid stimuleren we de clubs via het Centrum voor Beeldexpressie (dat we subsidiëren voor bijna 600.000 euro). Zo kweek je een humuslaag, waar talent kan gedijen, groeien en ontbolsteren. Dankzij de clubs en verenigingen komen mensen samen, krijgen ze feedback en leren ze bij. Het is als een warm nest, waar iedereen zijn vleugels leert openslaan. Ik wil daarom van harte de fotoclubs bedanken voor hun jarenlange inspanningen en activiteiten!

In de voorbije honderd jaar is er wel zeer veel veranderd in en voor de fotografie. Fotografie wordt veel meer serieus genomen. Twee jaar geleden zag je het ook op de selectie van de Canvascollectie (in Bozar). Er was een grote hoeveelheid kwalitatieve fotografie bij. Vroeger zag men fotografie als het nakomertje van de kunsten. Een soort geheugensteuntje voor vermoeide schilders, een vorm van sightseeing of het medium voor vakantiekiekjes. Nu is het een volwaardige artistieke stroming. Dat zie je vandaag ook met de verhalen die hier verteld worden over de Groote Oorlog.

Het houdt hier natuurlijk niet op (met deze foto-expositie).
 

Straks, in het najaar kunt u terecht in Kaprijke voor een educatieve tentoonstelling over Den Doodendraad, beter bekend als‘Den Draad’  (van 20 oktober tot 16 november 2014 in de bibliotheek). Zodat we niet zouden vergeten. Want ook die Dodendraad tussen ons bezette land en het neutrale Nederland maakte destijds naar schatting 500 slachtoffers. Onder meer onder oorlogsvrijwilligers, vluchtelingen, verzetslieden en zij die clandestien boodschappen en berichten over de grens probeerden te smokkelen. Daarom heb ik vorige maand de enige in Vlaanderen bewaarde overzichtskaart van het oostelijke traject van de grensbedrading, ten oosten van de Schelde, van Antwerpen tot het Nederlandse Vaals aan het Drielandenpunt, in de Topstukkenlijst laten opnemen. Een eerste stap in de bescherming van een zeldzaam document dat een licht werpt op een minder gekende zwarte bladzijde uit onze oorlogsgeschiedenis.

 

In Maldegem – waar anders? – kunt u een gesneuveld ijzeren ros, een prachtige stoomlocomotief uit 1914 zien, en de tentoonstelling ’Maldegem in Den Grooten Oorlog’. /14 tot 14/08/14

En vorige week begon in mijn eigenste Evergem de expo: ‘Thuisfront – De dagelijkse strijd in Evergem tijdens WO I’, die nog tot 30 november loopt. 

Kunst en cultuur tonen zich zo wederom blijvende partners. Laat u daarom onderdompelen in deze expo, door deze beelden en getuigenissen, zodat we ten volle zouden kunnen herinneren en herdenken.

Ik wens u allen een inspirerende en boeiende zomer!
 

Joke Schauvliege

Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur & Cultuur

Opening door minister Joke Schauvliege, Kaprijke