Scoringsdrang was Schauvliege totaal vreemd (De Tijd)

PrintE-mail
17/05/2014

    Vijf jaar Schauvliege in vijf dos…

Eén desastreus interview in 'Terzake' onmiddellijk na haar aanstelling in de zomer van 2009 was voor de mondige cultuursector voldoende om de onbekende Joke Schauvliege (CD&V) af te serveren als een grijze muis die geen kaas van cultuur had gegeten. Die slechte start bleef de perceptie lange tijd beheersen, niet het minst omdat Schauvliege geen enkele moeite deed om de negatieve beeldvorming bij te sturen. In de luwte en ver van de media-aandacht die haar voorganger Bert Anciaux zo graag opzocht, toog ze aan het werk.

Vijf jaar later is de enige vraag die telt: welke stenen heeft Joke Schauvliege verlegd als minister van Cultuur? Annick Schramme volgde haar beleid op de voet. Als hoogleraar cultuurmanagement doceert Schramme cultuurpolitiek aan de Universiteit Antwerpen en aan de Antwerp Management School. Bovendien kent de 50-jarige academica het Vlaams cultuurbeleid van binnenuit. Ze leidde een van de werkgroepen van Cultuurforum 2020. Dat is een denktank waarin Schauvliege de cultuursector jaarlijks samenbracht om rond de zeven strategische doelstellingen uit haar beleidsnota te werken. Die studiedagen moesten leiden tot een gedeelde toekomstvisie over het cultuurbeleid.

Is dat gelukt?

Annick Schramme: 'Niet voor alle domeinen. De grootste vooruitgang werd geboekt op het vlak van ecocultuur en digitalisering (lees inzet). De methodiek van inspraak en luisterbereidheid is dé rode draad van haar beleid. Ze heeft nooit een thema willen claimen, heeft altijd het mede-eigenaarschap gelegd bij de sector. Dat is een veilige strategie, maar het veronderstelt ook een visie van het veld. En die was er niet altijd. Haar voorganger was een erg sturende minister die eigengereid kon optreden. Schauvliege werkte omgekeerd: ze legde de bal in het kamp van het werkveld. Daar is soms erg verkrampt op gereageerd. In sommige belangrijke dossiers, zoals de herziening van het Kunstendecreet, was ze bereid ver te gaan. Maar sommige grote huizen gingen uit lijfsbehoud op de rem staan.'

Bij haar aantreden beloofde Schauvliege de versnippering tegen te gaan. Dat is niet gelukt: het aantal structureel gesubsidieerde organisaties is toegenomen.

Schramme: 'Dat klopt. Ze heeft een aantal fusies en samenwerkingen kunnen realiseren, zoals Het Kunsthuis (de fusie van het Koninklijk Ballet van Vlaanderen en de Vlaamse Opera, red.), en twee kunstensteunpunten samengevoegd. Maar binnen het Kunstendecreet heeft ze geen harde keuzes durven te maken. Daar zullen politieke redenen toch weer de bovenhand hebben gehaald: de relaties met lokale overheden of spreidingsargumenten.'

'Of ik daarmee bedoel dat ze vatbaar was voor lobbying? Minder dan Anciaux, in elk geval. Met uitzondering misschien van het dossier Musical van Vlaanderen (de ongezien hoge projectsubsidie voor de musical 'Assepoester', red.) leek ze me eerder ongevoelig voor gelobby.'

In tegenstelling tot haar collega-ministers in Nederland, het VK, Italië of Portugal - landen waar de kunstwereld zwaar moest inleveren - heeft ze het budget verhoogd. Is dat de grootste steen die ze heeft verlegd?

Schramme: 'De verhoging van de middelen voor cultuur in crisistijden is zonder meer een statement. Ze heeft de rest van de Vlaamse regering van het belang van een verhoging kunnen overtuigen. Wegens de context was dat niet evident. Die stunt werd door sommigen meesmuilend op het conto van Kris Peeters geschreven, zoals wel meer beslissingen die Schauvliege de voorbije vijf jaar heeft genomen. Maar ik betwijfel of dat beeld klopt. Het was echt wel háár beleid. Het is wel correct dat Peeters enkele communicatiemomenten heeft weggekaapt, zoals de opening van deSingel of het beleid rond de creatieve industrie. Op dat laatste domein heeft ze zich te weinig getoond, vind ik.'

Hoe moeten we haar onthouden?

Schramme: 'Als een rentmeester die orde op zaken kwam stellen. Iemand die voor stabiliteit, continuïteit en - in sommige dossiers - verdieping heeft gezorgd. Ze voerde een afstandelijk beleid om, los van haar eigen politieke belang, de sector te verbeteren. Scoringsdrang was haar totaal vreemd. Communicatie blijft een zwak punt. Hoewel ze gegroeid is, kan ze het nog altijd niet bevlogen vertellen.'

'Ze heeft enkele sporen getrokken, waarop haar opvolger kan voortbouwen. Maar de culturele wereld heeft dromen nodig. Bij dromen horen droomprojecten. Grote infrastructuurprojecten zoals het MAS of het Stam heeft ze kunnen openen, maar ze heeft zelf niets nieuws in gang kunnen zetten.'

Is dat geen gebrek aan visie?

Schramme: 'Dat wijt ik eerder aan de budgettaire krapte.'

De culturele sector is er als de dood voor dat de volgende minister een NV-A'er is. Is die vrees terecht?

Schramme: 'Angst is altijd een slechte raadgever. De bron van de angst schuilt in dit geval in het onbekende: als een niet-traditionele partij dominant wordt, weet men niet goed hoe het spel te spelen. Ik zou zeggen: ga voor een constructieve dialoog met de nieuwe minister, zeker als die uit de N-VA komt. Informeer, zeg waar je voor staat.'

De schrik voor een volkser of marktgerichter cultuurbeleid onder de N-VA is dus ongegrond?

Schramme: 'Het is duidelijk dat de discussies met Bart De Wever in Antwerpen het vertrouwen tussen de N-VA en de cultuurwereld geen deugd hebben gedaan. Maar in the end is Vlaanderen een land van compromissen. In Nederland heeft iedereen vrijwel zonder morren het cultureel ondernemerschap aanvaard. Hier landen we altijd wel ergens in het veilige midden.'

Op zondag 18 mei organiseert de groep 'Ik kies voor kunst' een debat over cultuur en economie in de Bourla in Antwerpen.

www.ikkiesvoorkunst.be

Uit: De Tijd

Thoms Pieters