Programma goedgekeurd voor landbouwbedrijven met zogenaamde oranje kaart

PrintE-mail
17/02/2017

Op voorstel van Joke Schauvliege, Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, heeft de Vlaamse regering vandaag, vrijdag 17 februari 2017, een inrichtingsnota voor “oranje” landbouwbedrijven goedgekeurd.

De Habitat- (1979) en Vogelrichtlijn (1992) bepalen dat elke Europese lidstaat de noodzakelijke maatregelen moet nemen om de beschermde soorten en habitats op zijn grondgebied duurzaam in stand te houden.

De Europese regels bepalen dat activiteiten die een belangrijke negatieve impact kunnen hebben op het realiseren van deze natuurdoelen geen vergunning meer kunnen krijgen, tenzij de negatieve effecten worden verminderd.

De Vlaamse regering werkt sedert april 2014 aan een programmatische stikstofaanpak om te vermijden dat de vergunningverlening vastloopt (zoals bijvoorbeeld in Nederland is gebeurd). Die aanpak heeft tot doel de stikstofneerslag afkomstig van landbouw, verkeer en industrie te verminderen.

In januari 2015 heeft de Vlaamse regering een herstructureringsprogramma "rode" landbouwbedrijven, met een impact van meer dan 50% op de kritische depositiewaarde van stikstof in een habitat, goedgekeurd.

Vandaag is ook voor de zogenaamde “oranje” landbouwbedrijven, die tussen de 5% en 50% bijdragen aan de kritische depositiewaarde van stikstof in een habitat, een programma goedgekeurd. Zoals bekend, is deze impactscore geen statisch gegeven maar wordt die steeds berekend aan de hand van de meest recente impactscoretool en met de huidig geldende milieuvergunningsgegevens. Op dit ogenblik gaat het in Vlaanderen om ongeveer 550 landbouwbedrijven.

Wanneer deze Landbouwbedrijven door de stikstofproblematiek niet (her)vergunbaar zijn, kunnen zij een beroep doen op flankerend beleid. Daaraan gaat een verplicht bedrijfsadvies door een erkend en onafhankelijk expert vooraf. De expert beoordeelt de technologische reductie-investeringen, de heroriƫntering en de herstructurering van het bedrijf en houdt rekening met economische, sociale en ecologische factoren.

Indien de landbouwer dat wenst, kan vervolgens worden overgegaan tot:

-        bedrijfsaanpassingen;

-        bedrijfsbegeleiding;

-        bedrijfsverplaatsing;

-        bedrijfsbeĆ«indiging;

-        koopplicht.

De Vlaamse overheid financiert de voorkeursoptie die uit het onafhankelijk bedrijfsadvies naar voren is gekomen. Het budget hiervoor was reeds eerder in de Vlaamse begroting voorzien.

Deze flankerende instrumenten treden in werking vanaf uiterlijk 1 juli 2017, samen met een verfijnd significantiekader voor ammoniak dat eveneens door de Vlaamse regering werd goedgekeurd.

Joke Schauvliege: "Vlaanderen wil zijn natuurdoelen realiseren, maar daarvoor moeten de landbouwers zware investeringen leveren. Door de programma’s voor de “rode” en “oranje” landbouwbedrijven proberen wij hen op een passende wijze te vergoeden en compenseren voor hun inspanningen in het belang van de topnatuur in Vlaanderen. Dit kader houdt rekening met het individuele landbouwbedrijf en biedt ontwikkelingsperspectief op maat van het bedrijf. Vlaanderen."