Principes van Beleidsplan Ruimte Vlaanderen verduidelijkt aan vergunningverleners

PrintE-mail
11/07/2017

Joke Schauvliege, Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, heeft een omzendbrief gestuurd aan de vergunningverlenende overheden in Vlaanderen (de diensten van het gewest, de provincies, en de steden en gemeenten). Die omzendbrief verduidelijkt de principes die gelden bij de opmaak van ruimtelijke plannen en bij de beoordeling van vergunningsaanvragen.

Joke Schauvliege: “In de aanloop naar de definitieve goedkeuring van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen wil ik de wetgeving ruimtelijke ordening door een hedendaagse bril laten lezen.  Wij moeten onze kostbare open ruimte vrijwaren door de al ingenomen ruimte optimaler te benutten. Elke vergunningsaanvraag moet weliswaar passen in een ‘goede ruimtelijke ordening’ van de omgeving, maar dat betekent vandaag niet meer hetzelfde dan pakweg 10 of 20 jaar geleden: onze inzichten zijn geëvolueerd.”

Het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, waarvan op 30 november 2016 een witboek werd goedgekeurd door de Vlaamse regering, vormt de leidraad van de omzendbrief.

Vandaag bouwt de Vlaming nog steeds verspreid en snijdt nog te vaak open ruimte aan, tot maar liefst 6 hectare per dag. Tegen 2025 wil de Vlaamse regering dat cijfer doen dalen tot 3 hectare, om vanaf 2040 helemaal géén open ruimte meer in te nemen. Door aangroei van de bevolking moeten er nochtans heel wat woningen, bedrijven en voorzieningen bijkomen. Dat wordt alleen mogelijk door bouwen met een hoger ruimtelijk rendement, binnen de ruimte die we nu al gebruiken. Zo vrijwaren wij de open ruimte in de toekomst maximaal voor landbouw en natuur.

De minister maakt in de omzendbrief een onderscheid tussen de al ‘bebouwde ruimte’ en de nog ‘onbebouwde ruimte’.

Een bebouwd gebied is een samenhangend geheel van gebouwen voor wonen, werken en infrastructuren, met een hoge leefkwaliteit en vlotte aansluitbaarheid op maatschappelijke functies. ‘Bebouwd gebied’ bestaat uiteraard in de stad, maar evenzeer in de dorpskernen in landelijke omgevingen.

In ‘bebouwd gebied’ ondersteunt de omzendbrief het kwalitatief verhogen van het ruimtelijk rendement. De minister vraagt aan de vergunningsverleners om volgende richtlijnen te hanteren:

- Geen eis meer tot behoefte- of voorzieningenstudies die vernieuwingsprocessen kunnen belemmeren.

- Een regelluw kader voor handelingen van algemeen belang. Ook projecten in een Publiek Private Samenwerking (PPS) komen in aanmerking voor een regelluw kader, zowel op publieke als op private gronden.

- In zones die bestemd zijn voor industrie maar in onbruik zijn geraakt, kan invulling worden gegeven door nieuwe economische  groeibedrijven met kantooractiviteiten gekoppeld aan stille, schone en kleinschalige productie, reparatie, opslag of distributie, of aan kennisintensieve productie- of onderzoeksprocessen.

De toepassing van deze richtlijnen kan in bebouwd gebied bijvoorbeeld resulteren in: een woonproject van een private ontwikkelaar die tegelijk een recreatief polyvalent gebouw en een permanent gemeentelijk speelbos zal inrichten; of een woon- en kantorencomplex voor een hoogtechnologisch bedrijf, op een vandaag vervuilde site, waar de bodem door een saneringsproject opgewaardeerd wordt, en voorzien wordt in een groenblauwe structuur met hoge leef- en verblijfskwaliteit.

Een onbebouwd gebied is een aaneengesloten omgeving met een sterk open of groen karakter.

In ‘onbebouwd gebied’ streeft de minister naar minder verharding en meer ruimte voor water, maar ook ruimte voor actieve landbouw en ruimte voor natuur.  De minister vraagt aan de vergunningsverleners om volgende richtlijnen te hanteren:

- Een strenge eis tot behoefte- of voorzieningenstudies voor projecten die bijkomende open ruimte willen aansnijden. Men moet kunnen aantonen dat voor een geplande project  geen plaats was in nabijgelegen kernen en dorpen. Zo stuurt de overheid nieuwe ontwikkelingen naar gebieden waar voldoende voorzieningen en een goede bereikbaarheid zijn.

- Een striktere interpretatie van de basisrechten voor zonevreemde constructies en van de toegelaten zonevreemde functiewijzigingen. De omvorming van een hoeve naar een andere functie zal bijvoorbeeld gemotiveerd moeten aangevraagd worden. Een leegstaande hoeve kan niet zomaar worden omgevormd tot een nieuw soort bedrijf met de bijhorende impact op landschap en omgeving.

- Het opleggen van een natuurtoets voor projecten die een belangrijke impact hebben op de natuur en de biodiversiteit.

In deze omzendbrief brengt minister Joke Schauvliege een concrete vertaling van de nieuwe ruimtelijke inzichten in het vergunningenbeleid van gewest, provincies, steden en gemeenten. Het gaat om de toepassing van de principes die Vlaanderen laten evolueren tot een regio waar het aangenaam wonen, werken en leven is door de verdichting in bebouwd gebied aan te moedigen en het aansnijden van open ruimte in onbebouwd gebied tegen te gaan.