Opening Week van de Smaak

PrintE-mail
13/11/2014

Geachte genodigden,
Dames en heren,

De afgelopen jaren was ik als minister bevoegd voor Cultuur vaak te gast op activiteiten in het kader van de Week van de Smaak. Dit was oorspronkelijk een erfgoedevenement met aandacht voor de “vergeten” smaakcultuur. Al gauw merkten we dat de Week van de Smaak een gesmaakt initiatief was dat er in slaagde om in heel Vlaanderen mensen in beweging te zetten en ook te sensibiliseren rond voeding en al wat daar mee te maken heeft. Een dankbare partner dus, bekeken vanuit mijn nieuwe bevoegdheid:  “Landbouw en Visserij”.

Door de wereldwijde bevolkingsgroei is voeding immers een kostbaar goed geworden, waarin wij vanuit Vlaanderen moeten investeren. Tegelijk heeft er zich in de voorbije decennia een zekere vervreemding voorgedaan waardoor consumenten hun voeding niet meer als eindproduct van een hele keten zien.

En daar moeten wij iets aan doen. Producten van eigen bodem en van hoge kwaliteit moeten, meer dan vandaag, ons uithangbord worden. Voor de hedendaagse consument is de kant-en-klaar verwerkte versie van een product vaak belangrijker dan het basisproduct. Daarom is een globale benadering van de volledige voedselketen van groot belang en stelde ik al meermaals dat ik ook minister van voeding wil zijn. En wanneer we het over voeding hebben zijn vooral gezondheid en duurzaamheid belangrijke aspecten.

Vandaag met de start van deze vistournee ligt de focus op de visserijsector.

 

Dames en heren,

De visserij heeft al een lange weg afgelegd naar verduurzaming en het Europese beleid zal ook de komende jaren die richting uitgaan. De dag van vandaag kan je als bewuste consument zeker en vast een stukje vis eten zonder je daar schuldig bij te voelen:

  • Zo is de visserijdruk in onze wateren afgenomen en hebben we hier in Vlaanderen een uitgebreide lijst van visbestanden die door onze vloot bevist worden en die kunnen geklasseerd worden als “binnen veilige biologische grenzen”. Dit geldt niet voor alle visbestanden maar er is een duidelijke vooruitgang.
  • Ook de normen waaraan visbestanden moeten voldoen om “officieel gezond” te zijn, zijn stelselmatig verstrengd. Een visbestand moet dus dermate omvangrijk zijn dat de productie van het bestand op een maximaal niveau staat. Dit is een vrij strenge norm en toch voldoen heel wat van onze visbestanden nu reeds aan deze norm.
  • Het is ook een mooie zaak dat het begrip “vis van bij ons” steeds meer bekend wordt en door steeds meer koks en consumenten ter harte wordt genomen. Vis van bij ons heeft het voordeel dat de voedselkilometers laag liggen maar een element dat dikwijls vergeten wordt is het feit dat we voor vis van bij ons vooral goed weten in welke omstandigheden die opgevist werd, hoe die behandeld werd (kwaliteit) en in welk milieu die is opgegroeid.  Dit zorgt er voor dat we met een gerust geweten kunnen zeggen dat onze vis “gezond” is om te eten.
  • Gezonde visbestanden is één zaak, maar hoe ze opgevist worden is een andere. De duurzaamheid van onze visserijactiviteiten wordt dan ook door verschillende instanties beoordeeld, maar verder onderzoek is ook nog steeds nodig. Als we het onderzoek uitgevoerd door ILVO vergelijken met een ijsberg, zijn duurzaamheidsadviezen zoals die voor de Smaakboot er slechts een tipje van. ILVO werkt namelijk aan een volledig beoordelingssysteem voor duurzaamheid in de visserijsector dat ons binnenkort zal kunnen aantonen hoe duurzaam onze vis wordt gevangen. Daarbij wordt niet alleen rekening gehouden met de staat van de visbestanden, maar ook met de vismethode, met dierenwelzijn, met de economische situatie van de vloot en de sociale situatie van de visser. Maar ILVO beoordeelt niet alleen de duurzaamheid van de visserij: ILVO wetenschappers werken daar ook actief aan mee, bijvoorbeeld door vistuig aan te passen zodat er kan gevist worden met minder teruggooi, minder brandstofverbruik en minder schade aan het milieu. Dergelijk onderzoek biedt de nodige steun aan de sector om het hoofd te bieden aan uitdagingen zoals de aanlandingsverplichting en het Marien Ruimtelijk Plan.

 

Dames en heren,

Zowel de sector zelf als de overheid, doen heel wat inspanningen om duurzame en gezonde vis tot op het bord van de consument te brengen. Die consument heeft echter ook een belangrijke rol te spelen, door heel bewust te kiezen voor duurzame vis en voeding van bij ons. Een initiatief zoals deze vistournee kan daar zeker toe aanzetten.  Elk van de vissoorten waarmee gekookt wordt op de Smaakboot is immers grondig doorgelicht, op duurzaamheid beoordeeld en voorzien van een advies door het ILVO.  Dit initiatief neemt het op voor de visserijsector en kreeg dan ook terecht, naast Europese ondersteuning een projectondersteuning vanuit FIVA (Financieringsinstrument voor de Vlaamse Visserij- en Aquacultuursector) van 148 000 euro.

Ik wil hier vandaag dan ook de initiatiefnemers (vzw Vol-au-vent met coördinator Hilde Brepoels en voorzitter Luc Martens) en hun partners van harte feliciteren en bedanken om dit thema in de kijker te zetten. Ik wens de Smaakboot straks een behouden vaart en u allen nog een prettige dag!

Ik dank u.

Startschot van de achtste Week van de Smaak